Partir, c’est mourir un peu

‘Partir, c’est mourir un peu’: Afscheid nemen is een beetje sterven.
– Bekend Frans gezegde.

Begin van het einde

Deze week neem ik afscheid van mijn bijbaan. Na vijf jaar met veel plezier te hebben gewerkt bij een ontzettend gezellige horecabedrijf, wordt het tijd om te stoppen omdat het niet te combineren is met mijn nieuwe uitdaging als PhD-kandidaat. Dit is mijn eerste ‘breakup’ met een baan, en het afscheid nemen valt me zwaarder dan gedacht. Ik ben lang niet de enige die pijn ervaart bij het afscheid nemen van het werk – sommigen vinden een ‘breakup’ met het werk zelfs net zo pijnlijk als het beëindigen van een romantische relatie . Maar waarom doet afscheid nemen eigenlijk zo’n pijn? Kan die pijn ook nuttig zijn? En wat kunnen we doen om deze pijn te verminderen of er mee om te gaan?

Waarom doet sociaal verlies pijn?

Is het je wel eens opgevallen dat we bij sociaal verlies vaak termen gebruiken die met fysieke pijn te maken hebben? Denk bijvoorbeeld aan ‘Je hebt mijn hart gebroken!’; of  ‘Je hebt me pijn gedaan.’. Uit onderzoek blijkt dat de lichamelijke pijn die wij associëren met sociaal verlies en buitensluiting meer zou kunnen zijn dan slechts een mooie metafoor. Er zijn namelijk aanwijzingen dat aan sociale pijn dezelfde hersen-netwerken (en neurotransmitter-signalen) ten grondslag liggen als aan lichamelijke pijn. In andere woorden: sociale pijn (van uitsluiting tot iemand verliezen) activeert hersengebieden die ook betrokken zijn bij het verwerken van fysieke pijn.

Pijn: Een nuttig signaal

Misschien denk je nu wel: ‘Mooi is dat. Pijn is toch helemaal niet iets wat je graag wilt voelen? Wat heeft het voor nut dat sociaal verlies aanvoelt als pijn?’. Toch heeft pijn wel degelijk nut: het heeft een beschermende functie. Stel je maar eens voor dat je je hand in een brandend vuur zou steken. De pijn die je zou voelen waarschuwt je om je hand terug te trekken zodat je verdere schade kunt voorkomen. Als je geen pijn zou voelen zou je veel meer schade aanrichten. Sociale pijn bij verlies of buitensluiting heeft een soortgelijke beschermende functie. Goede sociale contacten zijn erg belangrijk voor mensen: ze helpen je omgaan met stress en moeilijke situaties, zijn goed voor je immuunsysteem en ze maken je gelukkiger. Gescheiden worden van je verzorgers of van sociale groepen kan negatieve gevolgen hebben voor je gezondheid en overlevingskansen; eigenlijk biedt sociale pijn bescherming door te voorkomen dat je zulke waardevolle relaties verbreekt.

Omgaan met de pijn van sociaal verlies

Sociale pijn geeft ons dus een signaal: je moet iets aan de situatie veranderen om de pijn te laten stoppen. Maar wat als de omstandigheden het niet toelaten om terug te gaan naar de vorige situatie? Wat als je die ruzie met een vriendin niet kunt oplossen, of als je die baan en je collega’s echt achter je moet laten vanwege tijdsgebrek? Is er iets wat je kunt doen om de pijn te verminderen of er mee om te gaan?

Er zijn talloze onderzoeken gedaan naar hoe je het beste om kunt gaan met stressvolle gebeurtenissen en met het verliezen van dierbaren. Ik kan en zal jullie dan ook geen uitputtende lijst geven over manieren waarop je om kunt gaan met de pijn van sociaal verlies. Ik wil echter wel twee manieren noemen die zijn gebaseerd op het onderzoek dat ik hierboven besproken heb.

  1. Zoek nieuwe sociale relaties die de verbroken relaties kunnen vervangen.
    Sociale pijn is een signaal dat je er alleen voor staat. Het aangaan van nieuwe relaties kan ons beschermen tegen gevaren van buitenaf en tegen de gevaren van eenzaamheid voor je gezondheid en geluk.
  2. Neem pijnstillers.
    Toen onderzoekers de overlap vonden tussen fysieke en sociale pijn en ontdekten dat hieraan dezelfde biologie ten grondslag lag, dachten ze: zou een remedie tegen de één dan ook helpen tegen de ander? Hier zijn inderdaad aanwijzingen voor. In verschillende onderzoeken ontdekten wetenschappers dat sociale steun (bijv. het vasthouden van de hand van je partner) ertoe leidt dat je minder pijn ervaart, maar ook dat mensen na het nemen van een pijnstiller minder sociale pijn ervaren bij bijvoorbeeld buitensluiting. Hoewel de bevinding dat pijnstillers zouden helpen tegen sociale pijn een interessante is, is het gezien de nadelige gevolgen van het langdurig gebruiken van pijnstillers misschien toch beter om het voorlopig bij een andere oplossing te houden.

afscheid

An End Has A Start

Wat effectief is bij het verwerken van een ‘breakup’, of het nou een romantische, vriendschappelijke of zakelijke is, is vaak heel persoonlijk. Toch geef ik jou als lezer graag mee wat mij heeft geholpen in het afscheid nemen van mijn werk. Ten eerste is het voor mij belangrijk om ruimte te krijgen bij het verwerken van het verlies van mijn collega’s en een deel van mijn identiteit. Tegen iemand met een gebroken been zeggen we niet vaak dat diegene ‘zich er maar overheen moet zetten’, maar bij sociale pijn hoor ik dit soort opmerkingen regelmatig. Gezien de vergelijkbaarheid van fysieke en sociale pijn zou het mooi zijn als mensen in beide gevallen begrip en ruimte krijgen. Het tweede wat mij geholpen heeft is het besef dat dit afscheid me laat inzien wat ik belangrijk vind. Op een bepaalde manier is een afscheid een kans om je te beseffen wat je zo waardevol vond aan de oude situatie. Deze waardevolle aspecten kun je vervolgens toepassen of introduceren in je nieuwe situatie (bijvoorbeeld in een nieuwe baan): een mooie kans voor persoonlijke groei. Voor mij werkte het ook goed om de aspecten die ik waardevol vond aan mijn collega’s met ze te delen in de vorm van persoonlijke bedankbrieven. Wat mij ten slotte geholpen heeft bij de ‘breakup’ met mijn oude baan is de wetenschap dat ik er een ontzettend leuke nieuwe baan voor terugkrijg, inclusief hele leuke collega’s met wie ik al een band heb kunnen opbouwen. Voor mij is dit afscheid – het begin van het einde van mijn bijbaan – dan ook verbonden met een mooi nieuw begin.

Volgende Week

Volgende week: Een interview met dan kersverse doctor Jorien van Hoorn. Jorien verdedigt donderdag 12 januari haar proefschrift, en verruilt hiermee haar periode als PhD-kandidaat voor een bestaan als doctor. Heb je je altijd al afgevraagd hoe zo’n verdediging werkt, wat voor tips een kersverse doctor aan PhD-kandidaten zou meegeven, of wat de invloed is van leeftijdgenoten op adolescenten (Jorien’s expertise)? Kom dan volgende week terug voor het interview met Jorien!

 

 

 

 

 

 

 

 

First steps..

Vandaag is het zover, de eerste officiële dag van mijn PhD-traject! Het is een bijzondere dag voor mij: ik mag eindelijk beginnen met de baan waar ik jaren naartoe heb gewerkt.

Bedankt, oma!

Ondanks het feit dat ik al van deze baan als promovendus droomde sinds ik begon met de studie Psychologie aan de Universiteit in Leiden (alweer meer dan vijf jaar geleden), merk ik dat mijn omgeving het maar onduidelijk vindt wat zo’n promotietraject nou eigenlijk inhoudt. Toen ik vol enthousiasme aan mijn familie en vrienden vertelde dat ik in 2017 kon beginnen als promovendus regende het dan ook opmerkingen als:  ‘Ga je nou nóg langer studeren?’, ‘Wil je dan niet gewoon een échte baan?’ (bedankt, oma!) en ‘Wat ga je dan eigenlijk doen?’. Daarom, speciaal voor iedereen die denkt: ‘Wat is dat nou, zo’n promotietraject?’, een kleine samenvatting van wat ik de komende 4.5 jaar ga doen.

Promoveren doe je zo

Tijdens een promotietraject doe je wetenschappelijk onderzoek naar een bepaald onderwerp. In mijn geval is dat onderwerp prosociaal gedrag, oftewel gedrag dat gericht is op het welzijn van anderen. Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan helpen, samenwerken of delen. Tijdens mijn promotietraject hoop ik meer te weten te komen over hoe dit gedrag werkt, en ga ik mij specifiek richten op hoe dit gedrag zich ontwikkelt tijdens de adolescentie (de leeftijdsfase van grofweg 10 tot 22 jaar), en of deze ontwikkeling ook te zien is in de hersenen. Om dit te onderzoeken ga ik de aankomende 4.5 jaar verschillende deelprojecten opzetten, waarin ik doormiddel van bijvoorbeeld vragenlijsten, computertaken en MRI-scans zal proberen verschillende vragen te beantwoorden over de ontwikkeling van prosociaal gedrag (in de hersenen). Het is de bedoeling dat de verschillende deelprojecten gaan leiden tot artikelen die verschijnen in wetenschappelijke tijdschriften. Op die manier publiceer je kennis die je hebt opgedaan in je onderzoek, en probeer je samen met andere onderzoekers steeds een stukje van de puzzel die jouw onderwerp vormt op te lossen. Uiteindelijk, aan het einde van mijn PhD, zullen de artikelen die ik  heb geschreven worden gebundeld tot een proefschrift, een soort boekje met daarin alles wat ik tijdens mijn PhD heb onderzocht en over mijn onderwerp heb geleerd.

Meer dan onderzoek alleen

Maar een promotietraject is meer dan alleen het uitvoeren van een onderzoek. Een promovendus heeft ook andere taken, zoals het geven van onderwijs. In de komende 4.5 jaar zal ik ook les gaan geven aan de universiteit, te beginnen met het begeleiden van acht bachelorscripties vanaf februari. Maar je kunt ook denken aan bijvoorbeeld het geven van hoorcolleges en werkgroepen. Een ander aspect van promoveren is het sociale aspect. Als promovendus heb je veel contact met anderen – je geeft en luistert naar presentaties, bent aanwezig bij overleg over bepaalde wetenschapsgebieden, en werkt met anderen samen om data te verzamelen of om het grote publiek te vertellen over wat je hebt geleerd.

Droombaan

Waarom is dit dan mijn droombaan? Dat vertel ik je graag! Ten eerste stelt promoveren je in staat om je eigen nieuwsgierigheid te volgen. Hoewel je onderwerp in sommige gevallen al vast staat, mag je meestal zelf kiezen wat je nou precies wil onderzoeken. Ik ben altijd al nieuwsgierig geweest naar hoe mensen in elkaar zitten, hoe ze met elkaar omgaan, hoe de hersenen werken – en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan! Promoveren maakt het voor mij dus mogelijk om meer te weten te komen over de dingen die ik superinteressant vind. Ten tweede heb je als promovendus een heleboel verschillende en afwisselende taken. Alleen al bij onderzoek doen komen veel verschillende taken kijken (literatuur lezen en overzichtelijk maken, data verzamelen, data analyseren, goede vragen verzinnen, presenteren), maar bij onderwijs natuurlijk ook (lesgeven, opdrachten nakijken, coachen en begeleiden). Misschien vind ik het nog wel het allerleukste vooruitzicht dat ik me eerst mag verdiepen in iets wat ik super interessant vind, om hetgene wat ik geleerd heb vervolgens vol enthousiasme door te kunnen geven aan anderen. Maar er zijn nog veel meer voordelen: zo heb je bijvoorbeeld veel vrijheid (qua werktijden, vakanties, maar ook inhoudelijk), gezelligheid (ik werk in een groot lab waar we regelmatig leuke dingen met elkaar doen, zoals samen lunchen en dergelijke), en ik mag veel lezen en schrijven (iets wat ik altijd al graag gedaan heb). Al met al een heleboel leuke dingen dus – en ik krijg er ook nog eens voor betaald! – Ja oma, het is dus wel een echte baan 😉

Suzanne’s Ph.Diary

In deze blog hoop ik jullie niet alleen een kijkje te kunnen geven in mijn leven als promovendus, maar ook met jullie te kunnen delen wat ik zo mooi vind aan de psychologie en het doen van onderzoek. Daarnaast hoop ik dat deze blog me in staat stelt om het gesprek aan te gaan met jou: of je nu een andere PhD-student bent die graag ervaringen wil delen; een wetenschapper die ideeën, opmerkingen of feedback wil leveren op wat ik schrijf; een familielid dat meer wil weten over psychologie of over hoe de hersenen werken; een vriend(in) die op de hoogte wil blijven van wat ik doe – ik hoor graag van je!