Tijd voor een update!

Het is inmiddels al weer een poosje geleden dat ik een blog voor jullie heb geschreven. Daarom een snelle recap van de afgelopen maanden en een update over wat er allemaal op de planning staat!

1. De Pilot van het Brainlinks Project

Zoals ik jullie in mijn vorige blog al had verteld houd ik me tijdens mijn PhD bezig met het uitvoeren van een groot project waarin we de ontwikkeling van prosociaal gedrag in de adolescentie onderzoeken. Voor dit project willen we 150 adolescenten en hun ouders uitnodigen om MRI scans te maken, vragenlijsten in te vullen, en allerlei taakjes te doen. In mijn vorige blog vertelde ik al dat er vanalles te regelen valt voordat je met zo’n project kan beginnen. Maar al snel na mijn blog kwam er goed nieuws! Begin februari kwam het verlossende woord van de ethische commissie: we mochten beginnen met het onderzoek! Zoals ik in mijn vorige blog aangaf, wilden we beginnen met een Pilot onderzoek bij een wat kleinere groep volwassen deelnemers om te testen of alle meetinstrumenten die we hebben ontwikkeld naar behoren werken. Die Pilot is uiteindelijk halverwege februari van start gegaan,  en vanaf dat moment hebben we zo’n beetje elke week deelnemers langsgehad om mee te doen. Inmiddels hebben er 30 deelnemers aan deze Pilot meegedaan en zullen er a.s. maandag nog twee langskomen.

Wat was het leuk om met de Pilot te beginnen! Ik hou erg van schrijven en analyseren, werkzaamheden waar ik me vorig jaar veel mee bezig heb gehouden, maar ik ben altijd blij als er weer een fase komt waarin ik als onderzoeker veel contact heb met deelnemers van het onderzoek. Daarnaast was ik erg benieuwd of alles goed zou werken: zouden de taken goed te begrijpen zijn en goed werken? Inmiddels kan ik wel zeggen dat de Pilot een groot succes was: de deelnemers vonden het leuk om mee te doen en het lijkt erop dat alle meetinstrumenten goed gewerkt hebben. Dat geeft vertrouwen en motivatie voor de volgende fase: de adolescentenstudie met 150 deelnemers.

2. De adolescentenstudie van het Brainlinks Project

Ja beste lezers, we gaan namelijk volgende week van start met de tweede fase van het Brainlinks Project. Aanstaande week hopen we in totaal zeven jongeren te verwelkomen om aan ons onderzoek mee te doen. Je zou misschien denken dat dat nu niet zoveel voorbereidingstijd kostte omdat we de Pilot al grotendeels achter de rug hebben, maar niets bleek minder waar! Tijdens de Pilot hebben we hard gewerkt aan het optimaliseren van onze meetinstrumenten, bijvoorbeeld om ervoor te zorgen dat de situaties die deelnemers tegenkomen zo veel mogelijk op de echte wereld lijken. Daarnaast hebben we deze week nog allerlei aanpassingen gedaan aan de informatie voor onze deelnemers, vanwege de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) die op 25 mei ingaat. We hopen dat het door de aanpassingen nog duidelijker wordt voor onze deelnemers wat hun rechten zijn en wat er precies met de gegevens gebeurt die wij verzamelen in het kader van ons onderzoek. Inmiddels zijn we druk  bezig om zoveel mogelijk mensen te vinden die mee willen doen aan ons onderzoek. Ken jij nog iemand tussen de 9 en 17 jaar die mee zou willen doen? Dan kunnen zij zich inschrijven via onze website: https://www.juniorhersenen.nl/brainlinks.

3. Het analyseren van de Pilot data

Voor het Brainlinks Project heb ik samen met mijn begeleiders een nieuwe fMRI (functionele MRI) taak ontwikkeld om het gedrag van de deelnemers te onderzoeken. Met de Pilot data zo goed als binnen werd het tijd om te kijken of de taak heeft gewerkt en wat we van de uitkomsten kunnen leren over hoe mensen met elkaar omgaan. Gelukkig bleek de taak goed te werken en ziet het er naar uit dat ik binnenkort een nieuw wetenschappelijk artikel (dat tevens een hoofdstuk van mijn proefschrift zal vormen) zal kunnen schrijven! Het zal waarschijnlijk even wennen worden om aan dat artikel te werken omdat het de eerste keer zal zijn dat ik zal schrijven over hersendata: tot nu toe heb ik alleen artikelen geschreven die enkel over gedrag gingen. De hersendata bekijk je op een andere manier, met andere programma’s, en worden ook op een net andere manier opgeschreven. Ik heb er zin in om te zien of ik het schrijven over hersendata even leuk vind als het schrijven over gedrag!

4. De eerste twee artikelen die ik heb geschreven

Op de achtergrond ben ik ook nog altijd bezig met de twee artikelen die ik tijdens het eerste jaar van mijn promotietraject heb geschreven. Zoals je misschien nog wel weet uit een eerdere blog heeft het nogal wat voeten in de aarde om je artikelen gepubliceerd te krijgen bij wetenschappelijke tijdschriften. Een artikel wordt altijd bekeken door een editor, die een keuze maakt over of het artikel in het tijdschrift gepubliceerd kan worden, en door een paar experts die de editor advies geven over de kwaliteit van het artikel. Het eerste artikel dat ik schreef over de ontwikkeling van vertrouwen en de wederkerigheid daarvan in de adolescentie werd in eerste instantie bekeken door experts, maar werd daarna afgewezen. Vervolgens heb ik het ingediend bij een ander tijdschrift. Drie maanden later bleek dat de experts en de editors van het tweede tijdschrift potentie zagen in het artikel! Ik kreeg een paar maanden de tijd om hun feedback te verwerken en inmiddels zijn de experts opnieuw aan het bekijken of het artikel in de huidige vorm wel geaccepteerd kan worden voor publicatie.

Het tweede artikel wat ik schreef – over hoe jongeren delen met verschillende soorten leeftijdsgenoten – werd een week nadat ik het had ingediend meteen afgewezen door de editor van dat tijdschrift. De editor vond namelijk dat het artikel niet goed genoeg bij het tijdschrift paste en had een voorkeur voor andere meetinstrumenten. Natuurlijk vond ik het even jammer dat het artikel werd afgewezen en dit keer niet eens door experts bekeken werd, maar gek genoeg wordt het met elke afwijzingen makkelijker te accepteren – in elk geval een paar dagen nadat je het te horen hebt gekregen 😉 Een paar dagen na de afwijzing later stuurde ik het artikel op naar een ander tijdschrift, waar ze er wel wat in zagen en waar het bekeken werd door verschillende experts. Die experts vonden het artikel wel goed maar net niet spectaculair genoeg voor het tijdschrift, dus helaas werd het artikel opnieuw afgewezen. Gelukkig heb ik wel de feedback van de experts gekregen, dus de komende weken ga ik het artikel aanpassen en het bij een derde tijdschrift proberen. Nu gaat het vast lukken!

Het is me tot nu toe tijdens mijn promotietraject in elk geval duidelijk geworden dat het publiceren van artikelen niet zo gemakkelijk ging als ik van tevoren dacht. Ik had wel gehoord dat het publicatieproces moeizaam en langzaam kan zijn, maar heel naief had ik de hoop dat het bij mijn artikelen wel mee zou vallen. Soms kan ik het nog steeds lastig vinden dat het allemaal zo lang duurt: als ik enthousiast ben over mijn bevindingen wil ik ze het liefst met de hele wereld delen, maar door het huidige publicatie-systeem duurt het soms meer dan een jaar voor dat mogelijk is. Toch ben ik op een bepaalde manier ook wel weer blij met de afwijzingen: het zijn ook hele leerzame ervaringen die je laten zien dat je niet altijd alles onder controle hebt en dat je soms gewoon geduld moet hebben; en dat je het ook vooral niet als een gebrek aan vooruitgang moet zien als je artikel nog niet gepubliceerd is. FYI: voor je proefschrift is het trouwens niet per se nodig dat (al) je artikelen gepubliceerd zijn. Dus als ik er op een positieve manier naar kijk heb ik al twee hoofdstukken van mijn proefschrift af 🙂

5. Toekomstige blogs

Bedankt voor het lezen van deze update! Ik houd jullie via mijn toekomstige blogs graag op de hoogte van de voortgang van mijn promotietraject, de artikelen en de adolescentenstudie van Brainlinks, dus stay tuned!

 

Advertenties

Klaar voor de start?

Inmiddels is het alweer een jaar geleden dat ik begon aan mijn promotie-traject. Wat is het eerste jaar voorbij gevlogen, zeg! Zoals ik in een vorige blog vertelde heb ik het afgelopen jaar een heleboel dingen gedaan: ik heb onder andere mijn eerste data-verzameling uitgevoerd, twee artikelen geschreven, onderwijs gegeven en cursussen gevolgd. In de laatste helft van 2017 heb ik me samen met mijn collega’s vooral gericht op het opzetten van een groot nieuw onderzoeksproject: het Brainlinks project. In dit project willen we 150 jongeren (en hun ouders) over de tijd volgen om te onderzoeken hoe ze met anderen omgaan en hoe dat zich ontwikkelt in de adolescentie. Daarbij willen we ook kijken naar de rol die de hersenen hierbij spelen. We willen graag begin februari starten met dit project. Maar zijn we wel klaar voor de start? En wat komt er eigenlijk allemaal kijken bij het opzetten van zo’n groot project?

Stap 1: Het onderzoeksvoorstel en de financiëring

Het eerste wat je nodig hebt om toe te kunnen werken naar de start van een groot onderzoeksproject is een plan of onderzoeksvoorstel. In dit voorstel staat beschreven wat je in je project wil onderzoeken en hoe je dit wil gaan doen. Een onderzoeksvoorstel heb je vaak ook nodig om geld te krijgen voor je project. Veel onderzoeksprojecten, waaronder Brainlinks, worden betaald met behulp van een beurs. Zulke beurzen kunnen wetenschappers bijvoorbeeld krijgen door hun onderzoeksvoorstel op te sturen naar instanties als De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de European Research Council (ERC). Deze instanties hebben zogenaamde financiëringsinstrumenten. NWO heeft bijvoorbeeld Veni-beurzen (voor beginnende onderzoekers), Vidi-beurzen (voor onderzoekers die een stuk verder in hun carrière zijn) en Vici-beurzen (voor gevorderde onderzoekers). Deze beurzen kunnen wetenschappers verkrijgen in competitie met elkaar. In andere woorden: de onderzoeksvoorstellen die als beste beoordeeld worden krijgen financiëring. In het geval van ons project, Brainlinks, heeft mijn promotor Eveline een onderzoeksvoorstel geschreven waar ze een ERC beurs voor kreeg. Met behulp van deze beurs kon ze een team aannemen om dit project samen met haar tot uitvoer te brengen.

Stap 2: Het plan verder uitwerken en toestemming aan de ethische commissie vragen

Het volgende stap voor het Brainlinks-team (waar ik dus ook toe behoor) was om het plan verder uit te werken en bij te schaven zodat het uitgevoerd kan worden. Om dit te bereiken hebben we veel literatuur gelezen en met elkaar overlegd over de beste manieren om het onderzoek op te zetten. Toen het plan naar tevredenheid was bijgeschaafd schreven we een document voor de ethische commissie. Omdat wij MRI scans gaan maken voor ons project hebben we toestemming nodig van de Medisch Ethische Toetsingscommissie (METC). Deze commissie bekijkt of alle aspecten van het onderzoek ethisch verantwoord zijn en vraagt eventueel om aanpassingen om het onderzoek nog beter te maken. In ons geval buigt de commissie zich momenteel voor de tweede keer over het onderzoeksvoorstel – op verzoek van de commissie hebben we wat zaken aangepast, en de commissie controleert of ze nu toestemming kunnen verlenen. We verwachten elk moment iets van de commissie te horen. Spannend! Want zodra we toestemming hebben van de ethische commissie mogen we officieel beginnen met het project.

Stap 3: De meetinstrumenten voorbereiden

Een volgende stap om naar de start van een project toe te werken is om de meetinstrumenten (zoals gedragstaken, fMRI-taken en vragenlijsten) klaar te maken voor gebruik. In ons onderzoek gebruiken we zowel meetinstrumenten die al bestonden als meetinstrumenten die we zelf hebben gemaakt. Dat laatste kost uiteraard veel tijd: niet alleen moet je goed nadenken over wat je precies wil meten en of het meetinstrument daar geschikt voor is, je moet gedragstaken bijvoorbeeld ook programmeren. Ook het gereedmaken van bestaande meetinstrumenten kan tijd kosten: soms wil je toch wat aanpassingen maken of moet je vragenlijsten die je wil afnemen nog invoeren in bepaalde online programma’s. Op dit moment zijn we druk bezig om de laatste hand te leggen aan onze meetinstrumenten. Omdat we ook redelijk wat nieuwe meetinstrumenten gebruiken willen we natuurlijk wel weten of die meten wat ze zouden moeten meten en of ze goed werken. Daarom zullen we voorafgaand aan Brainlinks een Pilot onderzoek uitvoeren, waarbij we bij een kleinere groep deelnemers testen of alles naar behoren werkt.

Stap 4: Protocollen schrijven en planningen maken

Een volgende stap is het schrijven van protocollen. Voor het Brainlinks project hebben we verschillende protocollen geschreven. Zo is er een protocol waar allerlei informatie in staat voor degene die de MRI scanner bedient, zodat diegene altijd weet wat hij of zij moet zeggen of doen, of in welke volgorde de scans gemaakt moeten worden. Er is ook een protocol waarin staat uitgelegd wat de proefleiders allemaal moeten weten en vertellen als de deelnemers langskomen voor het onderzoek: hoe de MRI scanner werkt, wat voor vragenlijsten en taken de deelnemers gaan doen en welke uitleg daarbij gegeven moet worden. Ook zijn er planningsschema’s voor de dagen waarop deelnemers langskomen zodat we zo efficiënt mogelijk gebruik kunnen maken van onze tijd. Maar protocollen zijn niet alleen belangrijk voor de efficiëntie: ze zorgen er ook voor dat elke deelnemer dezelfde behandeling krijgt en dat de resultaten van de deelnemers met elkaar te vergelijken zijn. Om deze reden worden ook alle proefleiders van tevoren getraind in het gebruiken van deze protocollen.

Stap 5: Deelnemers zoeken!

Om met het project te kunnen starten heb je natuurlijk ook deelnemers nodig. Op dit moment kunnen wij nog niet op zoek gaan naar deelnemers omdat je toestemming nodig hebt van de ethische commissie voordat je mag beginnen met je onderzoek. Dat is maar goed ook, want op deze manier weten deelnemers zeker dat ze alleen meedoen aan onderzoek dat ethisch verantwoord is. Zodra we toestemming hebben gekregen gaan we hier mee aan de slag! Het zoeken van deelnemers kan op veel verschillende manieren: via oproepen in de krant, berichten op internet, een website van het project, etc. Ik ben benieuwd hoe het zoeken naar deelnemers bij ons zal gaan. Als de potentiële deelnemers net zo enthousiast over het project zijn als ik ben komt het wel goed 😉

Stap 6: En… Start!

En? Zijn we als Brainlinks-team klaar om met het project te beginnen? Nou.. bijna! De start komt in zicht! We wachten nog op toestemming van de ethische commissie en er zijn – bovenop hetgene wat ik al heb genoemd -nog allerlei andere kleine dingen te regelen, maar het ziet er naar uit dat we binnenkort met de Pilot – en daarop volgend Brainlinks – kunnen beginnen! Het is een spannende maand, zo’n maand waarin je weet dat je bijna gaat starten, maar het is ook erg leuk om bijna bij de start te zijn van hetgene waar je een hele poos naartoe hebt gewerkt. Ik hoop jullie snel te kunnen vertellen over hoe ik de start van het project heb beleefd en tijdens het project geef ik jullie graag updates over hoe het gaat! Nu in elk geval maar hopen op een vliegende start!

startup-2188681_1920

Mijn eerste congres als PhD-kandidaat

Vorige week was het zover! Mijn eerste congres als PhD-kandidaat. Ik ging naar de tweedaagse VNOP-ISED-CAS Research Days. De eerste dag van dit ontwikkelingspsychologie congres werd speciaal georganiseerd voor PhD kandidaten zodat ze elkaar konden leren kennen en workshops konden volgen. Op de tweede dag kwamen allerlei wetenschappers die onderzoek doen naar de ontwikkeling van kinderen en jongeren bij elkaar voor een dag vol praatjes en posterpresentaties. Ik gaf op de tweede dag mijn eerste presentatie buiten mijn onderzoeksgroep – spannend! In deze blog vertel ik jullie hoe ik de Research Days heb beleefd!

De reis

De eerste dag van de Research Days begon erg gezellig: samen met een stuk of vijf andere PhD-kandidaten stapte ik in de trein naar Utrecht, waar de Research Days plaats zouden vinden. Het is altijd erg leuk om dit soort activiteiten samen met collega’s te doen, want het leren van elkaar en het uitwisselen van ervaringen begint eigenlijk al zodra je samen op pad gaat! Omdat mijn reisgenootjes zich allemaal in een andere fase van hun promotietraject bevinden hebben ze dagelijks met hele verschillende situaties te maken. De één begeleidt wel vijf scripties, de ander is druk aan het schrijven aan meerdere wetenschappelijke artikelen, en weer een ander is druk bezig met het verzamelen van data… en toch liepen we regelmatig tegen dezelfde leuke en minder leuke kanten van het promotietraject aan. Als PhD-kandidaat kun je het soms erg druk hebben en soms voel je je net een goochelaar die allerlei ballen in de lucht probeert te houden. Tegelijkertijd zorgt de afwisseling ervoor dat al je werkzaamheden boeiend blijven en is het vaak heel gezellig om met anderen aan al die verschillende dingen te werken.

De workshops

Eenmaal aangekomen op de locatie in Utrecht werden we eerst op een kopje koffie getrakteerd. Daarna was het tijd om alle aanwezigen in drie groepen te verdelen: er zouden namelijk drie workshops zijn waar je je van tevoren voor kon inschrijven. Ik had me opgegeven voor de workshop ‘Hoe bouw je een succesvolle en leuke carrière op in de wetenschap?’ Tijdens deze workshop kregen we allerlei tips en tricks om een betere en vooral ook gelukkige wetenschapper te worden. Zo gingen we aan de slag met  onze sterke en minder sterke punten als wetenschapper. Het idee was dat je een sterke eigenschap kon proberen nog sterker te maken en dat het minder nuttig was om al je tijd te steken in een zwak punt als je die kant van jezelf niet per se hoeft te gebruiken. Ik kon bijvoorbeeld proberen een eigenschap die ik bij mezelf als sterk beschouw (schrijven) sterker te maken door deze regelmatige te blijven oefenen (bijvoorbeeld met bloggen op deze website). En stel dat je ergens niet zo goed in bent (bijvoorbeeld in programmeren), dan kun je dat misschien beter uitbesteden en je focussen op de dingen waar je wel goed in bent.

Natuurlijk blijven er altijd vaardigheden die je toch echt nodig hebt om als onderzoeker succesvol te zijn. Zo heb ik er altijd een beetje moeite mee om in me in grote groepen in een discussie te mengen als de voertaal Engels is. In dat geval zit er soms niets anders op dan je over de drempel heenzetten en toch te oefenen met hetgene dat je lastig vindt. Gelukkig kon ik tijdens de workshop meteen de daad bij het woord voegen: die was namelijk in het Engels. En wat bleek: hoe meer ik hiermee oefende, hoe makkelijker het ging. We oefenden ook met andere dingen: we gingen bijvoorbeeld op zoek naar wat onze ‘niche’ is als onderzoeker: op welke plaats in de wetenschap kom jij het meest tot jouw recht? Op welk onderwerp richt je je dan? En ben jij het meest op je plek als ‘typische onderzoeker’: iemand die veel publiceert en daarmee veel impact heeft? Of ben je iemand die heel goed kan lesgeven, en wil je daar iets mee doen? Al met al was het een hele leuke workshop die me aan het denken heeft gezet over waar ik nu ben met mijn wetenschappelijke carrière en waar ik naartoe wil!

37751331125_b2ee704fe3_o

Hier zie je me in actie tijdens de workshop (in het midden). Foto door de organisatie van de VNOP-ISED-CAS Research Days

De sociale activiteit

Op de workshops volgde een hele gezellige sociale activiteit waarbij de drie groepen weer bij elkaar kwamen. We gingen met de hele groep PhD-kandidaten gezellig uit eten en deden mee aan een PubQuiz. Mijn team werd zelfs derde! Dat vond mijn groep een hele prestatie omdat bijna alle vragen over sport en topografie gingen – niet echt onze favoriete onderwerpen! Na een hele gezellige avond stapten we weer in de trein naar Leiden. Snel slapen, want de ochtend erna ging het congres gewoon door!

38608198022_248dbfac5f_o.jpg

De sociale activiteit. Foto door de organisatie van de VNOP-ISED-CAS Research Days.

De presentaties

Op de tweede dag van het congres waren er allerlei presentaties. De dag begon met een ‘Keynote lecture’ van mijn promotor, Eveline. Het was heel leuk om haar over ons onderzoek te horen vertellen en nog leuker om daarna vanuit de zaal allerlei vragen en suggesties te horen. Het is interessant om te zien dat onderzoekers uit andere steden en onderzoeksgroepen soms een hele nieuwe en frisse kijk hebben op het onderzoek waar je mee bezig bent. Na de Keynote volgden er twee sessies waarbij PhD-kandidaten hun onderzoek mochten presenteren. Hier kwamen niet alleen andere PhD-kandidaten bij kijken, maar ook senior onderzoekers (zoals professoren) en onderzoeksassistenten.

38665360491_445b176bf2_o.jpg

Toekijken tijdens de presentaties. Foto door de organisatie van de VNOP-ISED-CAS Research Days

Ik ging naar presentaties over ontwikkeling van zelfbeeld in de adolescentie en over sociaal gedrag. Niet alleen waren deze presentaties heel interessant en relevant voor mijn eigen onderzoek, het gaf me ook de kans om een paar van mijn collega’s te steunen die een presentatie gaven! Na de twee sessies was het tijd voor een pauze waarbij er onder het genot van een drankje posters gepresenteerd werden. Na de pauze brak er voor mij een spannend moment aan: ik ging voor het eerst buiten mijn onderzoeksgroep een presentatie geven! Ik had 20 minuten de tijd om mijn publiek over mijn onderzoek te vertellen. Omdat mijn presentatie vrijwel aan het einde van de dag plaatsvond, om 16:00 uur was ik bang dat er niet zoveel mensen zouden komen kijken. Niets bleek minder waar! De zaal zat helemaal vol en ik kreeg een heleboel interessante vragen over mijn onderzoek. Hoewel ik van tevoren best een beetje nerveus was bleek dat helemaal niet nodig te zijn: ik vond het juist hartstikke leuk om anderen te vertellen over het onderzoek waar ik me dagelijks mee bezig houd! Na mijn presentatie was het al weer tijd voor de afsluiting en de bijbehorende borrel. Op de terugreis naar huis wist ik één ding zeker: mijn eerste congres was een hele leuke en leerzame ervaring!

 

Mijn eerste tien maanden als PhD-kandidaat: een terugblik

Inmiddels ben ik aanbeland in de tiende maand van mijn promotie-traject. Na een aantal maanden met voornamelijk inhoudelijke blogs, lijkt het me leuk om deze maand met jullie te delen waar ik sinds mijn vorige update mee bezig ben geweest.

1. Het uitvoeren van mijn eerste data-verzameling

Een poos geleden heb ik de eerste data-verzameling binnen mijn promotie-traject uitgevoerd, samen met een groep studenten die ik begeleidde in het kader van hun bachelorscriptie. Om meer te weten te komen hoe jongeren tussen de 12 en 17 jaar met elkaar omgaan lieten we leerlingen van een middelbare school verschillende taken doen en vragenlijsten invullen. Uiteindelijk is het ons gelukt om in vier dagen van 520 jongeren bruikbare data te verzamelen. Een heel mooi en efficiënt resultaat waar we heel blij mee zijn! De verzamelde data kan ik onder andere gebruiken om meer te weten te komen over de volgende vragen:

  • In hoeverre zijn jongeren tussen de 12 en 17 jaar geneigd om iets met anderen te delen?
  • Maakt het hierbij uit wie de ander is? Zijn jongeren bijvoorbeeld eerder geneigd om iets te delen met iemand die ze beter kennen?
  • Speelt de persoonlijkheid van de jongeren hierbij een rol?

Dat brengt me meteen op het volgende waar ik mee bezig ben geweest de afgelopen tijd…

2. Het schrijven van mijn eerste (en tweede) wetenschappelijke artikel

… want als je data hebt verzameld is het natuurlijk wel de bedoeling dat daar iets mee gebeurt en dat je de uiteindelijke resultaten communiceert met anderen. Dat gebeurt in de wetenschap over het algemeen in de vorm van een wetenschappelijk artikel. Deze artikelen worden geschreven door de onderzoekers en worden zodra ze af zijn naar een wetenschappelijk tijdschrift gestuurd. Deze tijdschriften schakelen de hulp van experts in om te bepalen of het in de huidige vorm gepubliceerd kan worden. Die experts geven vaak feedback aan de onderzoekers om het artikel nog beter te maken. Als de experts vinden dat de onderzoekers hun feedback goed hebben verwerkt en als de editor van het tijdschrift vindt dat het artikel goed bij het tijdschrift past, dan kan het artikel gepubliceerd worden zodat het voor iedereen te lezen is.

Op dit moment ben ik bezig met het schrijven van mijn tweede wetenschappelijke artikel, dat is gebaseerd op de data die ik laatst heb verzameld. Mijn eerste wetenschappelijke artikel – dat gaat over de ontwikkeling van vertrouwen bij jongeren – heb ik uiteindelijk in juni ingediend bij een tijdschrift dat zich richt op de ontwikkeling van kinderen. In augustus kreeg ik de feedback terug van experts en de editor: hoewel er veel dingen waren die ze goed vonden aan het artikel, hadden ze besloten om het artikel af te wijzen. Dat was wel even lastig om te horen – je hoopt natuurlijk dat ze het artikel willen publiceren. Op de dag dat ik hoorde van de afwijzing sloeg de twijfel even toe: doe ik het wel goed genoeg als mijn artikel wordt afgewezen? Gelukkig wisten mijn begeleiders me snel gerust te stellen door uit te leggen dat het heel normaal is je artikelen worden afgewezen, zeker als je artikel probeert te laten publiceren in een tijdschrift met een hoge impact factor. Uiteindelijk kon ik me snel over mijn twijfels heen zetten: dit tijdschrift was erg selectief, en de experts hadden eigenlijk vooral positieve feedback gegeven. We gingen meteen met de feedback aan de slag en konden het artikel al snel bij een ander goed tijdschrift indienen. Het is nog even afwachten of dit tijdschrift het artikel wel ziet zitten – de experts hebben meestal een paar maanden nodig om tot een advies te komen. Mijn tweede artikel kan waarschijnlijk ook binnenkort opgestuurd worden naar een tijdschrift. Ik hou jullie op de hoogte!

3. Het geven van onderwijs

Als PhD-kandidaat is het over het algemeen de bedoeling dat je naast je onderzoek ook les geeft aan studenten van de Universiteit. Ook ik mocht daar vanaf de tweede maand van mijn PhD aan geloven: van februari tot juni begeleidde ik zes bachelorstudenten bij hun scripties. Ik vond het erg leuk om gedurende een langere periode een begeleidende en coachende functie te kunnen vervullen. Ik krijg er namelijk ontzettend veel energie van als ik mensen mag helpen om zichzelf te ontwikkelen. Bij het begeleiden van bachelorscripties heb je – in mijn geval – als docent  ontzettend diverse taken: je geeft studenten niet alleen feedback op hun scriptie, maar helpt ze ook vaardigheden te ontwikkelen zoals plannen, presenteren, samenwerken, statistiek toepassen en nadenken over de beste manieren om een boodschap over te brengen. Daarnaast heb je natuurlijk ook een belangrijke rol wat betreft de motivatie van de studenten – een erg leuke rol waarbij mijn ervaring als manager me goed van pas kwam.

Op dit moment verzorg ik werkgroepen voor een verdiepingsvak voor derdejaars-studenten. Dit vak gaat over de emotionele ontwikkeling van kinderen en jongeren en hoe deze ontwikkelingen bij sommige jongeren leiden tot klinische problemen. Ook mijn taken als werkgroepbegeleider zijn heel divers: ik mag zorgen voor verdieping van de lesstof door oefen-tentamenvragen te bespreken met de studenten, en help studenten om een heel onderzoeksproces te doorlopen van begin tot eind. Voor dit vak maken studenten namelijk hun eigen observatie-taak om emoties te meten bij kinderen en jongeren. Het blijft voor mij ontzettend leuk om te zien hoe veel de studenten zich kunnen ontwikkelen tijdens deze cursussen. Daarnaast kan ik ook veel leren van mijn studenten: soms bekijken zij dingen vanuit een perspectief waar ik nog niet aan heb gedacht. Een win-win situatie dus!

4. Het volgen van cursussen

Het is natuurlijk erg mooi om anderen te helpen met hun ontwikkeling, maar het blijft ook belangrijk om jezelf te ontwikkelen! Met het oog daarop heb ik tijdens de afgelopen maanden meerdere cursussen van de universiteit gevolgd. Ik begon met een ‘Startcursus voor Promovendi’ waarbij me vanalles werd uitgelegd met betrekking tot het geven van onderwijs. Zo leerde ik bijvoorbeeld een persoonlijke visie op doceren en begeleiden formuleren en passende werkvormen te kiezen tijdens lessen. Als tweede volgde ik de cursus ‘Scripties Begeleiden’ – zeker niet onbelangrijk aangezien ik gedurende mijn PhD-traject veel scripties zal begeleiden. Tijdens deze cursus leerde ik meer over o.a. hoe je zo effectief mogelijk kunt begeleiden kunt coachen. De derde cursus die ik in de afgelopen maanden heb gevolgd was ‘Project- en Data-management voor PhD’s’. Tijdens deze cursus heb ik vanalles geleerd over hoe je een PhD-traject het beste kunt plannen en hoe je verzamelde data het beste op kunt slaan.

5. Het opzetten van een nieuw MRI-project

Op dit moment houd ik me vooral bezig met het opzetten van een nieuw, groot onderzoeksproject Het plan is dat 150 jongeren en hun ouders langs komen om mee te doen met dit project, waarbij we onder andere MRI-scans maken. Omdat het een groot project is valt er veel te regelen – protocollen schrijven, planningen maken, toestemming vragen aan de ethische commissie, etc. – dus er is momenteel genoeg te doen! Ik hoop jullie in een latere blog meer vertellen over dit project – dus stay tuned!

Under Pressure: Wat maakt je vatbaar voor bezwijken onder druk?

De bal ligt op de stip. Licht zwetend doet de voetballer een paar stappen naar achteren en kijkt om zich heen. Het publiek in het stadion dat zojuist nog enthousiast stond te joelen kijkt de voetballer nu vol spanning aan. Terwijl de zenuwen door zijn lijf gieren werpt de voetballer een korte blik op het doel, en focust zich daarna op de bal. De vier stappen naar voren lijken als een waas voorbij te gaan. Zijn voet raakt de bal. De bal gaat over, en daarmee is ook de kans op het kampioenschap over en uit.

ball-1834701_1920

De voetballer in het bovenstaande verhaal is, zoals we dat noemen, bezweken onder druk. Hij wilde zo graag scoren, zeker nu er zo veel op het spel stond, maar presteerde daardoor minder goed dan hij zou kunnen. Mijn zus Ilse van de Groep heeft onlangs onderzoek gedaan naar dit psychologische fenomeen en heeft hierover een artikel geschreven dat in september is verschenen. In deze blog lezen jullie een interview met haar, het eerste in een reeks interviews met onderzoekers over hun nieuwste ontdekkingen. Hoe komt het dat mensen bezwijken onder druk?  En is de ene persoon daar vatbaarder voor dan de ander?

Wat hebben jullie tijdens dit onderzoek precies onderzocht?

“In ons leven bevinden we ons regelmatig in situaties waarbij goede prestaties ons iets opleveren, zoals sociale of financiële beloningen. Als je promotie maakt of een belangrijke sportwedstrijd wint, levert dat je meer aanzien op en vaak ook een flinke som geld. Hoewel er regelmatig wordt aangenomen dat mensen goed presteren in situaties waarbij er veel op het spel staat, is het tegendeel juist waar. Als iemand veel belang heeft bij een goede prestatie, zoals de voetballer in het bovenstaande voorbeeld, kan er  ‘choking under pressure’, of ‘bezwijken onder druk’ ontstaan, waarbij hij minder goed presteert dan hij eigenlijk zou kunnen. Eerder psychologisch onderzoek heeft laten zien dat deze verminderde prestatie wordt veroorzaakt doordat je werkgeheugen tijdelijk minder goed werkt je je aandacht minder goed kan richten. Het is echter nog onduidelijk hoe dit precies werkt in je lichaam: welke (neuro)biologische mechanismen liggen er ten grondslag aan bezwijken onder druk? Daarom hebben wij gekeken naar twee manieren waarop mensen op biologisch vlak van elkaar kunnen verschillen die mensen mogelijk vatbaarder maken voor slechtere prestaties als er veel op het spel staat. We noemen dat ook wel individuele verschillen.”

Naar welke individuele verschillen hebben jullie gekeken?

“Allereerst hebben we gekeken naar baseline dopaminewaarden in de middenhersenen. Dopamine is een neurotransmitter, een soort signaalstof in de hersenen die een belangrijke rol lijkt te spelen in de balans tussen flexibiliteit en stabiliteit in je denken. Die balans is belangrijk, want om optimaal te kunnen presteren wil je bijvoorbeeld wel informatie binnen krijgen die belangrijk is om je doel te bereiken, maar geen afleidende gedachten hebben. Eerder onderzoek heeft laten zien dat de balans tussen flexibiliteit en stabiliteit in je denken afhankelijk is van dopamineniveaus in twee hersengebieden, het striatum en de prefrontale cortex. Wat heel interessant is aan deze niveaus, is dat ze vermoedelijk een omgekeerde U-vorm relatie hebben met cognitieve controle. Waar te hoge of lage niveaus van dopamine het cognitieve functioneren verslechteren, lijken gemiddelde dopamineniveaus te zorgen voor een optimale balans en dus ook een optimale prestatie. Dit idee impliceert ook dat je iemand kan laten bezwijken onder druk door dopaminewaardes boven het optimale punt te brengen. Omdat iedereen verschillende beginwaardes heeft, verschilt het hoe eenvoudig het is om iemands waarden boven het optimale punt te krijgen.

Ten tweede hebben we gekeken naar hemisferische asymmetrie (i.e., asymmetrie tussen hersenhelften). Bezwijken onder druk gaat vaak samen met subjectieve gevoelens van angst en afleidende gedachten.  Eerder onderzoek heeft laten zien dat zulke subjectieve ervaringen veroorzaakt kunnen worden door een disbalans tussen twee systemen in de hersenen: een doelgericht aandachtsysteem en een stimulus-gedreven aandachtsysteem, waarbij dit laatste systeem de overhand krijgt. Als dit stimulus-gedreven systeem de overhand krijgt lukt het niet meer goed om je aandacht op een optimale manier te verdelen over alle aspecten van een situatie. Het doelgerichte systeem bevindt zich vooral in de voorkant van de linkerhersenhelft, terwijl het stimulus-gedreven systeem zich vooral aan de rechtervoorkant bevindt. Als er inderdaad een disbalans is tussen deze systemen tijdens bezwijken onder druk, zou je relatief meer activiteit verwachten in de rechtervoorkant van de hersenen ten opzichte van de linkervoorkant.”

brain-2062057_1920.jpg

Assymetrie tussen hersenhelften

Hoe hebben jullie onderzocht of deze individuele verschillen een rol spelen bij bezwijken onder druk?

“We hebben gebruikt gemaakt van een task switching paradigma, waarbij de proefpersonen steeds een letter en een cijfer te zien kregen en vervolgens één van twee taken moesten uitvoeren: 1) beoordelen of de letter een klinker of een medeklinker is, of 2) beoordelen of het cijfer even of oneven is. Wat je vaak bij zo’n taak ziet, is dat proefpersonen slechter presteren als ze van taak moeten wisselen (switch trials), ten opzichte van trials waarin ze dezelfde taak moeten uitvoeren als de voorgaande trial (repeat trials). Eerder onderzoek heeft laten zien dat zo’n task switching paradigma geschikt is om veranderingen in dopamineniveaus en hemispherische asymmetrie vast te stellen.

Daarnaast maakten we gebruik van een manier om bezwijken onder druk teweeg te brengen bij de participanten. De helft van de proefpersonen kreeg te horen dat ze geld zouden verliezen als ze niet goed genoeg presteerden (experimentele groep), terwijl de andere helft te horen kreeg dat ze geld konden verliezen, maar dat dit niet afhing van hun prestatie (controlegroep).”

Hoe meet je dopaminewaarden en hemisferische asymmetrie?

“Uit eerder onderzoek is gebleken dat dopaminewaarden betrouwbaar kunnen worden geschat op een indirecte manier door bij te houden hoe vaak iemand in een bepaalde periode knippert (Eye Blink Rate, EBR). Een belangrijk voordeel van deze methode is dat het niet-invasief is (er komen bijvoorbeeld geen naalden aan te pas), wat fijner is voor de proefpersoon.  De hemisferische asymmetrie werd gemeten door middel van EEG, een techniek waarbij je hersengolven meet met behulp van elektroden.”

Wat verwachtten jullie van het onderzoek?

  1. “We verwachtten dat participanten minder goed zouden presteren wanneer het te verdienen geldbedrag afhankelijk was van hun prestatie dan wanneer het niet afhankelijk was van prestatie.
  2. Daarnaast verwachtten we dat mensen met een hoge EBR (reflecteert een hoog dopamineniveau) gevoeliger zouden zijn voor een incentive-gedreven verminderde prestatie in vergelijking met mensen met een lage EBR.
  3. Tenslotte verwachtten we dat participanten die een hogere activiteit hadden in de rechter frontale cortex (tijdens de baseline meting) gevoeliger zouden zijn voor een incentive-gedreven verminderde prestatie.”

Wat hebben jullie gevonden en wat hebben die bevindingen te betekenen?

  1. “Bij participanten in de experimentele conditie vonden we, zoals verwacht, een verslechterde prestatie (op de switch trials), direct na de manipulatie. Daarna leken ze zich echter snel te herstellen.
  2. Participanten met een lage EBR gingen vaak beter presteren na de hen was verteld dat ze geld konden verliezen afhankelijk van hun prestatie, terwijl er bij proefpersonen met een hoge EBR geen verbetering of verslechtering te zien was. Technisch gezien levert ons onderzoek dus geen direct bewijs voor het idee dat dopamine een rol speelt bij bezwijken onder druk, omdat we geen verslechterde prestatie hebben gevonden. Toch denken we dat onze bevinding wel gerelateerd is aan bezwijken onder druk, omdat er sprake is van een suboptimale prestatie in een situatie waarin er veel op het spel staat. In ons onderzoek lijkt EBR met name gerelateerd te zijn aan langdurige effecten van incentives, terwijl de manipulatie op gedragsniveau voor een heel kortdurend effect van incentives zorgde. Deze bevinding komt overeen met eerder onderzoek dat suggereert dat dopamine-gerelateerde effecten verschillende tijdsduren kunnen hebben. Dit resultaat laat duidelijk zien dat er meer onderzoek nodig is om de mechanismes die ten grondslag liggen aan incentive-gedreven prestatieverslechtering goed te kunnen begrijpen.
  3. We hebben geen bewijs gevonden voor het idee dat hemisferische asymmetrie invloed heeft op incentive-gedreven prestatieverslechtering. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat prestatieverslechtering mogelijk meer te maken heeft met veranderingen in connectiviteit of verwerkingsefficiëntie van de hersenen, in plaats van veranderingen in activatie.”

Wat kunnen we op basis van het onderzoek concluderen?

“Dit onderzoek geeft ons meer inzicht in de neuro-biologische mechanismes die ten grondslag liggen aan slechte prestaties als er veel op het spel staat. Het onvermogen om prestaties te verbeteren in zo’n situatie lijkt te maken te hebben met individuele verschillen in Eye Blink Rate. Hoewel deze bevinding impliceert dat dopamine een rol speelt bij slechtere prestaties wanneer er veel op het spel staat, is er meer onderzoek nodig om te achterhalen hoe dat precies zou werken.”

Nieuwsgierig geworden? Lees Ilse’s wetenschappelijke artikel tot 14 oktober gratis door op de volgende link te klikken: https://authors.elsevier.com/a/1VcbtcAwkOAF~

Drie tips om productief te blijven in de zomer

Juli. De zon brandt op de ramen van het uitgestorven kantoor. Buiten hoor je vogels tjilpen en kinderen spelen, en social media staan vol met mensen die hun koffers hebben gepakt en naar de meest exotische bestemmingen zijn gevlogen. Ondertussen zit jij licht zwetend achter je bureau, en de dagen lijken alsmaar langer te duren. Je probeert je aandacht bij het werk te houden, en niet weg te dromen bij gedachten aan zon, zee en strand.

Grote kans dat je het bovenstaande scenario herkent. Hoe leuk je je werk ook vindt, in de zomer is het soms moeilijk om gefocust te blijven en hard te werken. Daarom in deze blog: 3 tips om tijdens de zomer gemotiveerd en productief te blijven tijdens je werk!

Tip 1: Neem vakantie

Die had je niet verwacht hè? Toch kan het nemen van vakantie er wel degelijk toe bijdragen dat je goed functioneert op je werk – ook tijdens de zomer. Er zijn talloze onderzoeken die laten zien dat vakantie nemen goed is voor je productiviteit en je (mentale) gezondheid. Daarnaast weten we allemaal dat het goed voor je is om soms even pauze te nemen van je werk – doe je dat niet, dan ligt er een burnout op de loer, met alle gevolgen van dien. Grote kans dat je nog wat vakantiedagen over hebt – uit een onderzoek van AWVN is gebleken dat Nederlanders gemiddeld maar liefst 14.5 wettelijke vakantiedagen niet benutten. Daarnaast blijkt uit een onderzoek van Expedia dat 44% van de Nederlanders het gevoel heeft onvoldoende vakantie te hebben gehad, en eerder onderzoek heeft laten zien dat dat negatieve gevolgen heeft voor je functioneren op werk: het vergroot de kans op fouten en ontneemt je het plezier in je werk. Vooral nemen dus, die vakantie! Zelfs een break van 1 of 2 dagen kan ervoor zorgen dat je weer opgeladen en energiek aan de slag kan op de werkvloer. Het is dan natuurlijk wel zaak om effectief met de tijd na je vakantie om te gaan – snel door naar tip 2 dus!

StockSnap_FG3EB2F64Q

Tip 1: Neem vakantie!

Tip 2: Wissel van werkomgeving

Het zou goed kunnen dat de temperatuur op je kantoor ertoe bijdraagt dat je je minder productief voelt – als er bijvoorbeeld geen airco is kan de temperatuur zodanig stijgen dat je je sloom en moe voelt, maar het kan ook vervelend zijn als het op kantoor heel koud is terwijl het buiten dertig graden is. Zoek daarom een omgeving op waarvan je weet dat je je er prettig voelt en dat je er hard kan werken – of dat nu thuis is, op een andere plek in het kantoor, of zelfs buiten: tegenwoordig kun je je laptop of een ander apparaat bijna overal verbinden met WiFi. Heb je een meeting gepland? Kijk eens of je collega’s buiten willen vergaderen. Mocht het moeilijk zijn om ze te overtuigen, dan kun je ze altijd dit onderzoek laten zien waaruit blijkt dat vitamine D voor meer energie zou zorgen: een win-win situatie dus, een vergadering in het zonnetje!

rawpixel-com-274860.jpg

Tip 2: Wissel van werkomgeving

Tip 3: Begin je dag met makkelijke taken

‘Succes leidt tot meer succes’. Ooit gehoord van deze uitspraak? Onderzoekers hebben getest of deze uitspraak waar is, en ze ontdekten dat eerdere successen inderdaad leiden tot meer vervolg-successen. Het goede nieuws is dat die eerdere successen geen grote prestaties hoeven te zijn – ook bescheiden succesjes blijken voldoende om een soort domino-effect van succesen in werking te stellen. Begin je dag dus met makkelijke taken, en voor je het weet stapel je prestatie op prestatie! Een ander voordeel van het uitvoeren van simpelere taken in de zomer is dat dit je kan helpen om realistischere doelen te stellen en te bereiken. Het is niet onvoorstelbaar dat beginnen aan een lang, ingewikkeld en vermoeiend project je alleen maar verder demotiveert in een tijd waarin iedereen lol lijkt te maken behalve jij. De zomer is de ideale tijd om kleine klusjes uit de kast te halen die je het hele jaar voor je uit hebt geschoven totdat je het rustiger zou hebben. Het zou het allermooiste zijn om nu klusjes te doen waar je later in het jaar geen tijd voor hebt, maar die je op dat moment wel helpen. Zo weet ik bijvoorbeeld dat ik na de zomer onderwijs ga geven, en ik dan minder tijd heb om de praktische zaken voor een onderzoeksproject te regelen – de zomer is een ideale tijd om veel van deze klusjes vast uit te voeren.

StockSnap_OR7D4PANCK.jpg

Tip 3: Begin met makkelijke taken

Mocht het werken echt niet lukken..

Ik hoop dat de bovenstaande tips je helpen om vol energie en motivatie aan het werk te gaan tijdens de zomer. Mocht het werken toch niet echt lukken, en merk je dat je je taken telkens voor je uit blijft schuiven… misschien kun je dan troost vinden in het onderstaande filmpje dat laat zien hoe uitstelgedrag soms juist kan leiden tot creativiteit en succes.

 

 

Zie je eruit als je naam?

Als ik denk aan de naam Bob, dan zie ik een man voor me van middelbare leeftijd met een rond gezicht, en kort, donker haar. Misschien heb je ook wel eens ervaren dat je vond dat iemand eruit zag als een typische Henk, Laura, Anouk of Inge. Kan het zo zijn dat mensen eruit zien als hun naam? En wat betekent dat voor toekomstige ouders die een naam zoeken voor hun spruit?

Wie is het?

Nieuw onderzoek laat zien dat dit inderdaad het geval zou kunnen zijn, en dit mogelijk iets te maken heeft met bepaalde stereotypes in onze cultuur. Tijdens meerdere experimenten lieten wetenschappers honderden mensen uit Frankrijk en Israël foto’s zien van gezichten. De deelnemers kregen de opdracht om uit een lijst van vier of vijf namen de naam te kiezen die zij het beste bij het gezicht vonden passen. In al die experimenten waren de deelnemers beter in het voorspellen van de juiste naam dan op basis van kans verwacht zou mogen worden (zij voorspelden 25 tot 40% van de namen goed, terwijl je op basis van kans 20 tot 25% zou verwachten). Dit was zelfs het geval wanneer er werd gecorrigeerd voor etniciteit of leeftijd.

Cultuurgebonden

Hoe zou het komen dat mensen zo goed zijn in het voorspellen van iemands naam op basis van een gezicht? De onderzoekers denken dat dit verschijnsel gedeeltelijk verklaard kan worden door cultuur-specifieke stereotypes die mensen hebben bij bepaalde namen. Het was namelijk zo dat de Franse deelnemers vooral de Franse namen goed konden voorspellen, terwijl Israëlische deelnemers juist de Israëlische namen beter konden voorspellen. Voor Fransen was het dus makkelijker om te raden of iemand Pierre of Louise heette, dan Avraham of Yael, terwijl voor Israëliërs het omgekeerde het geval was. Voor ons Nederlanders zou het waarschijnlijk makkelijker zijn om te raden of iemand Piet of Anita heet, dan om de naam Benedetto of Rafaella (Italiaanse namen) te verbinden aan het juiste gezicht.

Computer kan het ook

De onderzoekers wilden zeker weten of het echt de gezichten zijn die de informatie bevatten op basis waarvan je de naam kan raden – komt het niet gewoon omdat mensen gebiased zijn (d.w.z. vooroordelen hebben op basis van bijvoorbeeld persoonlijke of historische kennis)? Om hier zeker van te zijn trainden de onderzoekers een computer in het gebruik van een algoritme om namen aan gezichten te koppelen. De computer maakte na het aanleren van het algoritme, net als mensen, betere voorspellingen dan op basis van kans te verwachten viel (tussen de 54 tot 64% accurate voorspellingen, waar er op basis van kans 50% verwacht kon worden). De onderzoekers concludeerden dan ook dat de goede voorspellingen waarschijnlijk echt toe te schrijven zijn aan de informatie een gezicht overdraagt, en in die zin niet specifiek zijn voor menselijke waarneming.

Hoe kan een gezicht een naam uitstralen?

Maar hoe kan een gezicht ons nou het gevoel geven dat er een bepaalde naam bijhoort? De onderzoekers denken dat het krijgen van een bepaalde naam kan werken als een self-fulfilling prophecy (een zelf-vervullende voorspelling). Doordat je onbewuste verwachtingen hebt bij een naam, ben je (soms zonder dat je het doorhebt) geneigd om je uiterlijk aan te passen op een manier die bij die naam past. De onderzoekers vonden ondersteuning voor dit idee in één van hun experimenten door te laten zien dat gedeeltes van het gezicht waarover je als individu controle hebt, zoals gezichtsbeharing, voldoende waren om het effect te laten plaatsvinden.

Toekomstige ouders, choose wisely! De naam die je kiest voor je kind zou diens leven op meer manieren kunnen beïnvloeden dan je misschien al dacht.