Maakt warmer weer je vrolijker?

Het zal je niet zijn ontgaan: het is deze week zomers warm in Nederland. Veel mensen ervaren dit als iets positiefs. Ik heb deze week al meerdere malen mensen horen zeggen: “Wat is het mooi weer hè!” Nederland maakt zich massaal op om tijdens Hemelvaart naar het strand te gaan of om met een biertje op een terras neer te ploffen. Maar maakt warmer weer je echt vrolijker? En geldt dat voor iedereen?

Warm weer = vrolijker?

In een recent onderzoek werd gekeken of zes verschillende weerfactoren (windkracht, zonlicht, neerslag, luchtdruk en licht-donker cyclus) samenhingen met het ervaren van positieve emoties (i.e., enthousiasme, inspiratie en vastberadenheid). Ondanks de algemeen heersende opvatting dat mensen vrolijker worden van warm weer, liet het onderzoek (op groepsniveau) geen verband zien tussen het weer en positieve emoties. Er werd echter wel een verband gevonden tussen het weer en negatieve emoties (zoals je geïrriteerd of prikkelbaar voelen):  een hogere temperatuur hing samen met meer negatieve emoties, terwijl windkracht en de hoeveelheid zonlicht zorgden voor minder negatieve emoties. Het is wel belangrijk om te noemen dat dit kleine effecten waren: het weer had slechts in lichte mate invloed op iemands gemoedstoestand. Samengevat maakt warm weer mensen over het algemeen dus niet blijer; en in de zomer kan een hogere temperatuur zelfs zorgen voor meer negatieve emoties – ook al zijn er aanwijzingen dat mensen in de lente juist wel blijer worden van hogere temperaturen. Een lichtpuntje tijdens warme zomerdagen: zonlicht en wind kunnen de hoge temperaturen dragelijker maken.

Tegenintuïtief

Als er geen verband bestaat tussen warm weer en positieve emoties, hoe komt het dan dat de algemene opvatting is dat je van warm weer gelukkiger wordt? Onderzoekers dragen hiervoor twee verklaringen aan. Ten eerste, zo stellen ze, zou het zo kunnen zijn dat deze opvatting een overblijfsel is van ons verleden, waarin mensen veel afhankelijker waren van het weer (bijvoorbeeld voor het zoeken van voedsel of onderdak). Een tweede verklaring zou kunnen zijn dat er een klein groepje mensen is (bijvoorbeeld mensen met winterdepressies) dat een erg sterk verband ervaart tussen het weer en hun emoties. Mogelijk maakt hun vrolijkheid tijdens deze periode veel indruk op anderen omdat ze hun geluk wel van de daken willen schreeuwen. Toch suggereert onderzoek dat er minstens evenveel mensen zijn die zich in deze periode juist ongelukkiger voelen dan in de koudere seizoenen.

Individuele verschillen

Uit het voorbeeld van winterdepressie blijkt dat er grote verschillen kunnen zijn tussen personen in hoe zij de invloed van het weer op hun emoties kunnen ervaren. Hoewel het nuttig is om te weten of het weer over het algemeen (bijvoorbeeld bij alle Nederlanders) invloed heeft op emoties, neemt dit niet weg dat er binnen zo’n groep verschillen kunnen zijn in hoe dit wordt ervaren. Uit onderzoek is inderdaad gebleken dat er grote verschillen zijn tussen personen in hun gevoeligheid voor het weer, met name met betrekking tot de dag-nacht cyclus. Onderzoekers hebben daarom gekeken of deze individuele verschillen in gevoeligheid verklaard konden worden aan de hand van geslacht, leeftijd, of persoonlijkheid (bijvoorbeeld hoe extravert je bent, of in hoeverre je openstaat voor nieuwe ervaringen). Zij vonden echter geen bewijs dat individuele verschillen weers-gevoeligheid door deze factoren verklaard kon worden. Een interessante vraag voor de toekomst is dan ook: wat zorgt er voor dat personen hetzelfde weer heel verschillend kunnen ervaren?

Toch naar buiten?

Is er dan helemaal geen verband tussen warm weer en je humeur? Zo simpel is het (gelukkig) niet. Hoewel het weer mogelijk niet direct zorgt voor een positieve gemoedstoestand, is er wel bewijs dat buiten wandelen en tijd doorbrengen in de natuur samenhangt met minder piekeren, meer creativiteit en andere mentale voordelen. Omdat we met warm weer meer geneigd zijn om tijd buiten in de natuur door te brengen, kan het warme weer op die manier toch een positieve invloed hebben op je mentale gesteldheid. Ik zou dan ook zeggen: ga morgen lekker naar het strand, maak een wandeling in de natuur of ga met een bootje het water op en geniet! Make hay while the sun shines!

StockSnap_5I2ES0XM4B

 

 

Doe ik (het) wel (goed) genoeg?

De eerste vier maanden van mijn promotie-traject zitten er zo’n beetje op. Twee vragen die ik mezelf meerdere malen gesteld heb tijdens deze maanden zijn: Maak ik eigenlijk voldoende voortgang? En doe ik het goed genoeg?

Twijfel

Eén van de mooie dingen van een promotie-traject vind ik dat het een heel persoonlijk leerproces is. Hoe het traject verloopt is heel verschillend afhankelijk van het onderwerp, de persoon die dit onderwerp bestudeerd en welke taken er allemaal binnen iemands promotietraject vallen. Omdat het traject voor iedereen zo verschillend is, zijn er geen van tevoren vastgestelde guidelines die je kunt volgen om te kijken of je op de goede weg zit. Dit leverde bij mij twijfel op: heb ik (het) wel (goed) genoeg gedaan in de afgelopen vier maanden?

Schijn bedriegt? Twijfelen en het Impostor Syndrome

Ik ben zeker niet de enige die weleens twijfelt aan haar prestaties: van actrice Emma Watson tot zanger Chris Martin, er talloze mensen die er soms moeite mee hebben om te geloven dat ze competent genoeg zijn. Binnen de psychologie is er een naam bedacht voor dit verschijnsel: het impostor syndrome (of in het Nederlands: bedriegerssyndroom). Mensen die last hebben van dit fenomeen hebben er moeite mee om hun prestaties te internaliseren en hebben het gevoel dat ze tekortschieten en hun succes niet verdienen. Ze hebben het gevoel een soort bedriegers te zijn, die hun prestaties niet aan zichzelf maar bijvoorbeeld aan geluk of toeval te danken hebben. Dat het impostor syndrome veel voorkomt in de wetenschap zal je misschien niet verbazen: de wetenschap is een competitieve wereld waarin banen niet voor het oprapen liggen en waar nog steeds veel vooroordelen bestaan over hoe een (goede) wetenschapper eruit ziet (blank en mannelijk bijvoorbeeld). Dat deze vooroordelen nog altijd van kracht zijn merkte ik toen ik  enkele weken geleden onderzoek ging doen op een middelbare school: men verwachtte duidelijk niet dat de onderzoeker een relatief jonge (en niet heel lange) vrouw zou zijn – leraren die vragen hadden over het onderzoek  benaderden vaak eerst de mannelijke bachelorstudent die als onderdeel van zijn scriptie hielp met het verzamelen van data. Dat sommige wetenschappers niet serieus genomen worden op basis van hun geslacht of huidskleur, in combinatie met een competitieve wereld waarin zelfs de beste wetenschappers te maken krijgen met afwijzingen van artikelen en beursaanvragen, maakt het niet verwonderlijk dat sommige wetenschappers twijfelen aan hun competentie.

Voorbij de twijfel: manieren om je voortgang en competentie te controleren

Twijfelen aan prestaties is dus voor veel mensen een bekend probleem. Maar hoe kun je je voortgang en competentie controleren op een manier die je twijfel wegneemt?

Tip 1: (Stoppen met) Vergelijken

Een voor de hand liggende, maar niet optimale manier om je voortgang te controleren is door jezelf te vergelijken met anderen in een soortgelijke situatie. Hoewel praten met anderen over hun voortgang jou kan motiveren en inspireren om door te bijten op lastige momenten; en je misschien zelfs tips kan opleveren om die hordes op een bepaalde manier te nemen, kan het nadelige gevolgen hebben als je jezelf teveel vergelijkt met anderen. Zeker tijdens promotie-trajecten of andere processen die heel individueel zijn en sterk beïnvloed worden door je persoonlijkheid heeft het niet altijd zin om jezelf met anderen te vergelijken: er leiden vaak vele wegen naar Rome. Lijkt het erop dat iemand veel verder is dan jij bent? Mogelijk doet diegene dingen op een andere manier of in een andere volgorde, maar dat hoeft niet te betekenen dat die andere manier voor iedereen beter is of dat jij achterloopt op schema. Tijd dus om te stoppen met het vergelijken van jezelf met anderen: grote kans dat  jouw unieke talenten, vaardigheden en persoonlijkheid zullen leiden tot een proces en eindproduct waarover jij ownership hebt; juist wat jij van het proces hebt geleerd en in het eindproduct hebt gelegd maakt het bijzonder. Tip tegen twijfel: schrijf eens op wat tot nu toe tijdens het proces jouw talenten en leermomenten zijn geweest. Hoe hebben ze het proces en eindproduct beïnvloed?

Tip 2: Bespreek je voortgang met begeleiders, vrienden of familie

Het kan heel lastig zijn om te bedenken wat jouw talenten zijn, zeker op een dag waarop je niet al te veel vertrouwen hebt in eigen kunnen. Grote kans dat anderen jou kunnen helpen om de twijfel weg te nemen. Tip tegen twijfel: vraag eens aan andere mensen, zoals begeleiders, partners, vrienden of familie hoe ze jouw voortgang en competentie beschouwen. Het zou zo maar kunnen dat zij bewondering hebben voor vaardigheden of voortgang waar jij nog helemaal niet bij stil had gestaan: bijvoorbeeld hoe goed je je werk kunt combineren met je gezin, dat je heel secuur kunt werken, of dat je schrijfvaardigheden enorm zijn verbeterd ten opzichte van vorig jaar.

Tip 3: Een werkdagboek bijhouden

Een derde manier om voortgang en competentie te controleren is door middel van een werkdagboek: schrijf eens op wat je elke dag of week hebt gedaan (om dichter bij een bepaald doel te komen, zoals promoveren). Dat dit goed kan werken merkte ik tijdens een cursus over project-management die ik vorige week bijwoonde: pas toen ik ging opschrijven wat ik de afgelopen vier maanden allemaal had gedaan, realiseerde ik me hoeveel werk ik had verzet en hoeveel ik in de tussentijd had geleerd. Het bijhouden van een werkdagboek kan ook nog eens helpen bij time-management, omdat het je inzicht geeft in je werkuren en antwoord geeft op vragen als: werk je te veel, of juist te weinig? Welke werkzaamheden kosten je veel tijd, en welke heb je zo af?

doubt-479567_1920

No doubt!

Bovenstaande tips hebben allemaal met elkaar gemeen dat ze je helpen om je voortgang en competentie te evalueren door middel van vergelijkingen met (eerdere versies van) jezelf in plaats van anderen. Hoewel ze bij mij helpen om twijfel weg te nemen, zou dat bij jou anders kunnen zijn. Of wie weet heb jij wel een hele andere manier om twijfel weg te nemen! Op welke manier verminder jij twijfel over voortgang of competenties? Of ervaar jij dit alles op een hele andere manier? Laat het me weten in de comments!

Wat kun je leren van werken met kinderen?

Als ontwikkelingspsycholoog krijg ik in mijn onderzoek veel te maken met kinderen. Hoewel dit behoorlijke uitdagingen kan opleveren – ‘Hoe zorg ik er in hemelsnaam voor dat een actief en beweeglijk kind 60 minuten stil ligt in een MRI scanner?!’ – kan het werken met kinderen ook zorgen voor nieuwe inzichten, perspectieven en vaardigheden. In deze blog leg ik jullie uit wat je kunt leren van werken met kinderen en welke vaardigheden je hierdoor kunt ontwikkelen.

Creativiteit

Werken met kinderen kan op twee manieren bijdragen aan je creativiteit. Ten eerste vraagt het soms heel wat out-of-the-box denken van je! Als je bijvoorbeeld onderzoek doet met jonge kids betekent dit vaak dat je niet zonder meer aan de slag kunt gaan met bestaande experimenten. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat de kinderen de oorspronkelijke experimenten niet begrijpen omdat ze te complex zijn, of omdat ze ervoor moeten kunnen praten of lezen. Creatieve oplossingen, zoals gebruikmaken van poppen en knuffels, kunnen ervoor zorgen dat je ingewikkeld gedrag, zoals redeneren of sociale evaluatie, toch kunt bestuderen in kinderen. Ten tweede zijn kinderen vaak zelf heel creatief! Geef een kind een potlood, en voor je het weet doet het tijdens het spelen dienst als vliegtuig, toverstaf of zwaard. Het zien van deze creativiteit in kinderen kan ertoe bijdragen dat je zelf ook out-of-the-box gaat denken en op zoek gaat naar nieuwe manieren om met situaties om te gaan.

Positief denken, enthousiasme en nieuwsgierigheid

Volwassenen maken zich vaak zorgen om van alles en nog wat. ‘Wat zouden anderen van me vinden als ik dit deed?’, ‘Is dit een domme vraag om te stellen?’, ‘Kan ik dit wel?’ Het is heel verfrissend om te zien dat jonge kinderen minder van dit soort remmingen ervaren, maar zich in plaats daarvan laten leiden door hun enthousiasme en nieuwsgierigheid. Dit zorgt er voor dat kinderen in korte tijd heel veel kunnen leren van hun omgeving. Met hun ongedwongenheid plaatsen kinderen je met beide benen op de grond, en laten ze je zien dat je problemen vaak minder dramatisch zijn dan je in eerste instantie dacht. Op deze manier kan werken met kinderen je eraan herinneren om positief en vol enthousiasme te denken over nieuwe uitdagingen, wat er vervolgens weer toe leidt dat meer van je uitdagingen leert en dat de kans groter is dat je ze tot een goed einde kunt brengen.

Communiceren en geduldig zijn

Werken met kinderen: het dwingt je ertoe om goed na te denken over je communicatie. Wanneer je kinderen iets uitlegt is het van groot belang dat je je boodschap op hen kunt aanpassen, en dat deze duidelijk en begrijpelijk is. Grote kans dat deze skill ook van pas komt tijdens jouw werk: of je nou iets moet schrijven, presenteren, of iemand anders moet overtuigen, alleen als het je lukt om je boodschap af te stemmen op de ontvanger zul je een grote impact kunnen hebben. Een andere belangrijke vaardigheid tijdens het werken met kinderen is geduld. In het onderzoek betekent dit bijvoorbeeld dat je er rekening mee kunt houden dat een kind er langer over doet om een tekst te lezen dan een volwassene. Het oefenen van geduld is iets wat je in de rest van je leven veel voordeel op kan leveren: zo is het gelinkt aan academisch succes, een betere gezondheid, en betere sociale contacten.

Flexibiliteit

Hoe goed je plannen en schema’s ook zijn, de kans is groot dat kinderen die planningen volkomen door de war gooien. Als je bijvoorbeeld MRI-onderzoek doet met jonge kinderen kan het maar zo zijn dat een deelnemer die MRI-scanner hartstikke spannend vindt en wat meer tijd nodig heeft om gerustgesteld te worden. In dat opzicht leert werken met kinderen je om flexibel te zijn: je leert om snel oplossingen te verzinnen voor veranderlijke situaties.

Wat denk jij?

In deze blog heb ik enkele voorbeelden genoemd van wat je kunt leren van werken met kinderen. Deze lijst was natuurlijk niet uitputtend, en daarom ben ik ontzettend benieuwd: Wat heb jij geleerd van (werken met) kinderen? Op welke manier heb je daar profijt van tijdens je huidige baan? Laat het me weten in de comments! 🙂

Dank aan Jochem Spaans, Sibel Altikulaç, Mara van der Meulen en Michelle Achterberg voor hun input!

Mijn eerste maand als PhD-kandidaat: Een terugblik

Mijn eerste maand als PhD-kandidaat zit er inmiddels op. Ik vertel je graag hoe ik die eerste maand heb beleefd.

Druk, druk, druk..

Het eerste wat opvalt als ik terug denk aan de afgelopen maand is hoeveel ik eigenlijk al heb gedaan en meegemaakt. Aan het begin van januari dacht ik nog dat mijn eerste maand vrij rustig zou zijn, maar mijn agenda laat toch echt een ander verhaal zien. Hierbij een greep uit de dingen die ik heb gedaan:

1. Een promotie bijgewoond!

Op 12 januari vond de promotieplechtigheid plaats van iemand uit het Brain and Development Research Center, de onderzoeksgroep waar ik ook deel van uitmaak. De verdediging van een proefschrift is een hele bijzondere gebeurtenis om mee te maken, en misschien nog wel meer als je je beseft dat je daar zelf over 4.5 jaar ook staat. In dit filmpje zie je hoe zo’n promotieplechtigheid in Leiden in zijn werk gaat. Wat ik heel mooi vind aan de promotie-ceremonie in Leiden is hoe traditioneel het is: door de locatie, de Pedel en de uitdossingen van de commissie voelt het tegelijkertijd feestelijk en statig. Zo’n promotie is enerzijds de viering van iemands proefschrift (en harde werk), maar laat ook zien dat je in een traditie wordt opgenomen waarbij vele wetenschappers je voor gingen. Telkens als ik een promotieplechtigheid bijwoon (ze zijn vrij toegankelijk, dus grijp je kans!) valt het me op hoeveel de PhD-kandidaten in kwestie weten van hun onderwerp, en hoe goed ze in staat zijn om de (soms heel lastige) vragen van de commissie te beantwoorden. Ik hoop in de aankomende 4.5 jaar genoeg te leren om er ook zo bij te kunnen staan!

2. De introductie-bijeenkomst voor nieuwe PhD-kandidaten bezocht

Op 23 januari was er een bijeenkomst voor alle nieuwe PhD-kandidaten van Universiteit Leiden. Tijdens deze bijeenkomst kregen we als kersverse promovendi verschillende tips en handvatten aangereikt die ons kunnen helpen tijdens ons promotie-traject. Zo kregen we een introductie over Universiteit Leiden, voerden we discussie over de ethische kwesties die er komen kijken bij het onderzoek doen (bijv. plagiaat, data-fabricatie, omgaan met publicatiedruk), kregen we een rondleiding door het Academiegebouw (erg leuk!), en kregen we tips over omgaan met tegenslagen die je tijdens je PhD-traject kunt tegenkomen. Maar wat misschien wel het leukste was van de hele bijeenkomst: tijdens de koffie-pauzes, het diner, maar ook tijdens de meer inhoudelijke programma-onderdelen kregen we steeds de gelegenheid om andere PhD-kandidaten te leren kennen. Ik vond het erg leuk om te horen hoe andere mensen die zich in hetzelfde schuitje bevinden aankeken tegen (de start van) hun promotie-traject.

3. Lab Visit in Tilburg

Op 24 januari vertrok ik samen met collega-promovendi en onderzoeksassistenten uit onze onderzoeksgroep richting Tilburg voor een VNOP (Vereniging voor Nederlandse Ontwikkelings-Psychologen) Lab Visit. In andere woorden: een kijkje in de keuken van de ontwikkelingspsychologen in Tilburg: Hoe ziet hun gebouw eruit? Wat voor onderzoek doen ze? Kunnen ze ons nieuwe onderzoekstechnieken bieden? Door middel van workshops konden de onderzoekers uit Tilburg laten zien wat ze in huis hebben. Ik heb een workshop bijgewoond over Narrative Identity (hoe je informatie over het zelfbeeld van mensen kunt halen uit verhalen die ze vertellen of schrijven) en over de do’s en don’ts van publiceren. Tijdens deze laatste workshop kreeg ik allerlei tips over het publiceren van wetenschappelijke artikelen: van het kiezen van een geschikt wetenschappelijk journal voor je artikel, tot hoe je  het beste met de betrokken mensen om kunt gaan; heel nuttig! Verder was er ook bij dit evenement veel gelegenheid om nieuwe mensen te leren kennen; een mooie kans om mijn netwerk uit te breiden. Om de dag af te sluiten zijn we met een aantal collega’s uit eten geweest: een gezellige afsluiting van een leuke en leerzame dag.

4. En nog veel meer..

Er was nog veel meer te doen in januari! Zo heb ik veel meetings bijgewoond, waaronder labmeetings (twee-wekelijkse bijeenkomsten van onze onderzoeksgroep waarin iemand zijn of haar onderzoek presenteert en wordt voorzien van feedback), social-neuroscience meetings (bijeenkomsten waarin onderzoekers van sociale psychologie, cognitieve psychologie en ontwikkelingspsychologie van Universiteit Leiden van gedachten wisselen over hoe biologische processen ons sociale gedrag beïnvloeden; bijvoorbeeld welke rol de hersenen spelen in het tot stand komen van egoïstisch en altruïstisch gedrag), en meetings met mijn supervisors om de voortgang van mijn promotietraject te bepalen en onderzoeksprojecten te plannen.

Een vooruitblik

Alle tekenen wijzen er op dat ik in februari weer veel leuke dingen te doen heb! Zo ben ik begonnen met schrijven aan mijn eerste artikel (over de ontwikkeling van vertrouwen en het teruggeven van dit vertrouwen in de adolescentie), ben ik begonnen met het geven van onderwijs (ik begeleid zes studenten tijdens het schrijven van hun bachelorscriptie), ben ik druk bezig met het voorbereiden van mijn eerste data-verzameling (het uitvoeren van een onderzoek op middelbare scholen), en zal ik volgende week een poster-presentatie houden. Daarnaast zal ik deze maand ook een Engelstalige blog schrijven voor Leiden Psychology Blog – ik verwacht dus snel weer van me te laten horen!

 

 

Partir, c’est mourir un peu

‘Partir, c’est mourir un peu’: Afscheid nemen is een beetje sterven.
– Bekend Frans gezegde.

Begin van het einde

Deze week neem ik afscheid van mijn bijbaan. Na vijf jaar met veel plezier te hebben gewerkt bij een ontzettend gezellige horecabedrijf, wordt het tijd om te stoppen omdat het niet te combineren is met mijn nieuwe uitdaging als PhD-kandidaat. Dit is mijn eerste ‘breakup’ met een baan, en het afscheid nemen valt me zwaarder dan gedacht. Ik ben lang niet de enige die pijn ervaart bij het afscheid nemen van het werk – sommigen vinden een ‘breakup’ met het werk zelfs net zo pijnlijk als het beëindigen van een romantische relatie . Maar waarom doet afscheid nemen eigenlijk zo’n pijn? Kan die pijn ook nuttig zijn? En wat kunnen we doen om deze pijn te verminderen of er mee om te gaan?

Waarom doet sociaal verlies pijn?

Is het je wel eens opgevallen dat we bij sociaal verlies vaak termen gebruiken die met fysieke pijn te maken hebben? Denk bijvoorbeeld aan ‘Je hebt mijn hart gebroken!’; of  ‘Je hebt me pijn gedaan.’. Uit onderzoek blijkt dat de lichamelijke pijn die wij associëren met sociaal verlies en buitensluiting meer zou kunnen zijn dan slechts een mooie metafoor. Er zijn namelijk aanwijzingen dat aan sociale pijn dezelfde hersen-netwerken (en neurotransmitter-signalen) ten grondslag liggen als aan lichamelijke pijn. In andere woorden: sociale pijn (van uitsluiting tot iemand verliezen) activeert hersengebieden die ook betrokken zijn bij het verwerken van fysieke pijn.

Pijn: Een nuttig signaal

Misschien denk je nu wel: ‘Mooi is dat. Pijn is toch helemaal niet iets wat je graag wilt voelen? Wat heeft het voor nut dat sociaal verlies aanvoelt als pijn?’. Toch heeft pijn wel degelijk nut: het heeft een beschermende functie. Stel je maar eens voor dat je je hand in een brandend vuur zou steken. De pijn die je zou voelen waarschuwt je om je hand terug te trekken zodat je verdere schade kunt voorkomen. Als je geen pijn zou voelen zou je veel meer schade aanrichten. Sociale pijn bij verlies of buitensluiting heeft een soortgelijke beschermende functie. Goede sociale contacten zijn erg belangrijk voor mensen: ze helpen je omgaan met stress en moeilijke situaties, zijn goed voor je immuunsysteem en ze maken je gelukkiger. Gescheiden worden van je verzorgers of van sociale groepen kan negatieve gevolgen hebben voor je gezondheid en overlevingskansen; eigenlijk biedt sociale pijn bescherming door te voorkomen dat je zulke waardevolle relaties verbreekt.

Omgaan met de pijn van sociaal verlies

Sociale pijn geeft ons dus een signaal: je moet iets aan de situatie veranderen om de pijn te laten stoppen. Maar wat als de omstandigheden het niet toelaten om terug te gaan naar de vorige situatie? Wat als je die ruzie met een vriendin niet kunt oplossen, of als je die baan en je collega’s echt achter je moet laten vanwege tijdsgebrek? Is er iets wat je kunt doen om de pijn te verminderen of er mee om te gaan?

Er zijn talloze onderzoeken gedaan naar hoe je het beste om kunt gaan met stressvolle gebeurtenissen en met het verliezen van dierbaren. Ik kan en zal jullie dan ook geen uitputtende lijst geven over manieren waarop je om kunt gaan met de pijn van sociaal verlies. Ik wil echter wel twee manieren noemen die zijn gebaseerd op het onderzoek dat ik hierboven besproken heb.

  1. Zoek nieuwe sociale relaties die de verbroken relaties kunnen vervangen.
    Sociale pijn is een signaal dat je er alleen voor staat. Het aangaan van nieuwe relaties kan ons beschermen tegen gevaren van buitenaf en tegen de gevaren van eenzaamheid voor je gezondheid en geluk.
  2. Neem pijnstillers.
    Toen onderzoekers de overlap vonden tussen fysieke en sociale pijn en ontdekten dat hieraan dezelfde biologie ten grondslag lag, dachten ze: zou een remedie tegen de één dan ook helpen tegen de ander? Hier zijn inderdaad aanwijzingen voor. In verschillende onderzoeken ontdekten wetenschappers dat sociale steun (bijv. het vasthouden van de hand van je partner) ertoe leidt dat je minder pijn ervaart, maar ook dat mensen na het nemen van een pijnstiller minder sociale pijn ervaren bij bijvoorbeeld buitensluiting. Hoewel de bevinding dat pijnstillers zouden helpen tegen sociale pijn een interessante is, is het gezien de nadelige gevolgen van het langdurig gebruiken van pijnstillers misschien toch beter om het voorlopig bij een andere oplossing te houden.

afscheid

An End Has A Start

Wat effectief is bij het verwerken van een ‘breakup’, of het nou een romantische, vriendschappelijke of zakelijke is, is vaak heel persoonlijk. Toch geef ik jou als lezer graag mee wat mij heeft geholpen in het afscheid nemen van mijn werk. Ten eerste is het voor mij belangrijk om ruimte te krijgen bij het verwerken van het verlies van mijn collega’s en een deel van mijn identiteit. Tegen iemand met een gebroken been zeggen we niet vaak dat diegene ‘zich er maar overheen moet zetten’, maar bij sociale pijn hoor ik dit soort opmerkingen regelmatig. Gezien de vergelijkbaarheid van fysieke en sociale pijn zou het mooi zijn als mensen in beide gevallen begrip en ruimte krijgen. Het tweede wat mij geholpen heeft is het besef dat dit afscheid me laat inzien wat ik belangrijk vind. Op een bepaalde manier is een afscheid een kans om je te beseffen wat je zo waardevol vond aan de oude situatie. Deze waardevolle aspecten kun je vervolgens toepassen of introduceren in je nieuwe situatie (bijvoorbeeld in een nieuwe baan): een mooie kans voor persoonlijke groei. Voor mij werkte het ook goed om de aspecten die ik waardevol vond aan mijn collega’s met ze te delen in de vorm van persoonlijke bedankbrieven. Wat mij ten slotte geholpen heeft bij de ‘breakup’ met mijn oude baan is de wetenschap dat ik er een ontzettend leuke nieuwe baan voor terugkrijg, inclusief hele leuke collega’s met wie ik al een band heb kunnen opbouwen. Voor mij is dit afscheid – het begin van het einde van mijn bijbaan – dan ook verbonden met een mooi nieuw begin.

Volgende Week

Volgende week: Een interview met dan kersverse doctor Jorien van Hoorn. Jorien verdedigt donderdag 12 januari haar proefschrift, en verruilt hiermee haar periode als PhD-kandidaat voor een bestaan als doctor. Heb je je altijd al afgevraagd hoe zo’n verdediging werkt, wat voor tips een kersverse doctor aan PhD-kandidaten zou meegeven, of wat de invloed is van leeftijdgenoten op adolescenten (Jorien’s expertise)? Kom dan volgende week terug voor het interview met Jorien!

 

 

 

 

 

 

 

 

First steps..

Vandaag is het zover, de eerste officiële dag van mijn PhD-traject! Het is een bijzondere dag voor mij: ik mag eindelijk beginnen met de baan waar ik jaren naartoe heb gewerkt.

Bedankt, oma!

Ondanks het feit dat ik al van deze baan als promovendus droomde sinds ik begon met de studie Psychologie aan de Universiteit in Leiden (alweer meer dan vijf jaar geleden), merk ik dat mijn omgeving het maar onduidelijk vindt wat zo’n promotietraject nou eigenlijk inhoudt. Toen ik vol enthousiasme aan mijn familie en vrienden vertelde dat ik in 2017 kon beginnen als promovendus regende het dan ook opmerkingen als:  ‘Ga je nou nóg langer studeren?’, ‘Wil je dan niet gewoon een échte baan?’ (bedankt, oma!) en ‘Wat ga je dan eigenlijk doen?’. Daarom, speciaal voor iedereen die denkt: ‘Wat is dat nou, zo’n promotietraject?’, een kleine samenvatting van wat ik de komende 4.5 jaar ga doen.

Promoveren doe je zo

Tijdens een promotietraject doe je wetenschappelijk onderzoek naar een bepaald onderwerp. In mijn geval is dat onderwerp prosociaal gedrag, oftewel gedrag dat gericht is op het welzijn van anderen. Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan helpen, samenwerken of delen. Tijdens mijn promotietraject hoop ik meer te weten te komen over hoe dit gedrag werkt, en ga ik mij specifiek richten op hoe dit gedrag zich ontwikkelt tijdens de adolescentie (de leeftijdsfase van grofweg 10 tot 22 jaar), en of deze ontwikkeling ook te zien is in de hersenen. Om dit te onderzoeken ga ik de aankomende 4.5 jaar verschillende deelprojecten opzetten, waarin ik doormiddel van bijvoorbeeld vragenlijsten, computertaken en MRI-scans zal proberen verschillende vragen te beantwoorden over de ontwikkeling van prosociaal gedrag (in de hersenen). Het is de bedoeling dat de verschillende deelprojecten gaan leiden tot artikelen die verschijnen in wetenschappelijke tijdschriften. Op die manier publiceer je kennis die je hebt opgedaan in je onderzoek, en probeer je samen met andere onderzoekers steeds een stukje van de puzzel die jouw onderwerp vormt op te lossen. Uiteindelijk, aan het einde van mijn PhD, zullen de artikelen die ik  heb geschreven worden gebundeld tot een proefschrift, een soort boekje met daarin alles wat ik tijdens mijn PhD heb onderzocht en over mijn onderwerp heb geleerd.

Meer dan onderzoek alleen

Maar een promotietraject is meer dan alleen het uitvoeren van een onderzoek. Een promovendus heeft ook andere taken, zoals het geven van onderwijs. In de komende 4.5 jaar zal ik ook les gaan geven aan de universiteit, te beginnen met het begeleiden van acht bachelorscripties vanaf februari. Maar je kunt ook denken aan bijvoorbeeld het geven van hoorcolleges en werkgroepen. Een ander aspect van promoveren is het sociale aspect. Als promovendus heb je veel contact met anderen – je geeft en luistert naar presentaties, bent aanwezig bij overleg over bepaalde wetenschapsgebieden, en werkt met anderen samen om data te verzamelen of om het grote publiek te vertellen over wat je hebt geleerd.

Droombaan

Waarom is dit dan mijn droombaan? Dat vertel ik je graag! Ten eerste stelt promoveren je in staat om je eigen nieuwsgierigheid te volgen. Hoewel je onderwerp in sommige gevallen al vast staat, mag je meestal zelf kiezen wat je nou precies wil onderzoeken. Ik ben altijd al nieuwsgierig geweest naar hoe mensen in elkaar zitten, hoe ze met elkaar omgaan, hoe de hersenen werken – en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan! Promoveren maakt het voor mij dus mogelijk om meer te weten te komen over de dingen die ik superinteressant vind. Ten tweede heb je als promovendus een heleboel verschillende en afwisselende taken. Alleen al bij onderzoek doen komen veel verschillende taken kijken (literatuur lezen en overzichtelijk maken, data verzamelen, data analyseren, goede vragen verzinnen, presenteren), maar bij onderwijs natuurlijk ook (lesgeven, opdrachten nakijken, coachen en begeleiden). Misschien vind ik het nog wel het allerleukste vooruitzicht dat ik me eerst mag verdiepen in iets wat ik super interessant vind, om hetgene wat ik geleerd heb vervolgens vol enthousiasme door te kunnen geven aan anderen. Maar er zijn nog veel meer voordelen: zo heb je bijvoorbeeld veel vrijheid (qua werktijden, vakanties, maar ook inhoudelijk), gezelligheid (ik werk in een groot lab waar we regelmatig leuke dingen met elkaar doen, zoals samen lunchen en dergelijke), en ik mag veel lezen en schrijven (iets wat ik altijd al graag gedaan heb). Al met al een heleboel leuke dingen dus – en ik krijg er ook nog eens voor betaald! – Ja oma, het is dus wel een echte baan 😉

Suzanne’s Ph.Diary

In deze blog hoop ik jullie niet alleen een kijkje te kunnen geven in mijn leven als promovendus, maar ook met jullie te kunnen delen wat ik zo mooi vind aan de psychologie en het doen van onderzoek. Daarnaast hoop ik dat deze blog me in staat stelt om het gesprek aan te gaan met jou: of je nu een andere PhD-student bent die graag ervaringen wil delen; een wetenschapper die ideeën, opmerkingen of feedback wil leveren op wat ik schrijf; een familielid dat meer wil weten over psychologie of over hoe de hersenen werken; een vriend(in) die op de hoogte wil blijven van wat ik doe – ik hoor graag van je!